
Wat hebben Le Grand Cru en het Nederlands Jeugd Strijkorkest gemeen met de Heineken Music Hall?
Niets, echt helemaal niets.
De Heineken Music Hall is een grote betonnen doos pal naast de Arena in Amsterdam-Zuidoost. Vanbinnen bestaat die doos voor een groot deel uit zwartge-schilderde lege ruimte. Ongeveer tweederde van deze ruimte is zaal, afgescheiden van de back stage door een groot podium.
In het afgelopen anderhalve jaar stonden op dit poppodium wereldsterren, one day wonders, levende legendes (en minder levende) als Joe Cocker (recentelijk nog op 9 en 11 juni), Duran Duran, The Black Eyed Peas, K3, The Shadows, UB40, Keane, The Moody Blues, Eminem, Melissa Etheridge, Pink en de Doobie Brothers. Is het dan niet heel stoer om zelf ook eens op dat podium te staan als jeugdorkest en dansstichting? En dan een voorstelling te geven voor tweeduizend man publiek? Je zal het niet snel hardop zeggen, maar het antwoord is vanzelfsprekend 'ja'. En hoewel Le Grand Cru en het NJSO dus helmaal niks gemeen hebben met de Heineken Music Hall, stonden ze er dus mooi wel gisterenavond.
Aanleiding was de Nederlandse première - compleet met celebrities - van Steven Spielbergs versie van War of the Worlds, alom de hemel in geprezen als aankomende monsterhit in de bioscopen. "Na afloop van de film is er een spectaculaire afterparty in de Heineken Music Hall. Vanaf 22.15 uur zal hier een doorlopende show zijn met spetterende optredens van verschillende bekende artiesten", zo schreef filmdistributeur United International Pictures in haar persbericht. Organisatie van deze spetterende show was in handen gegeven van DNA Events, die op hun beurt van Werner Herbers (hoboïst in Koninklijk Concertgebouworkest en Ebony Band) hoorden dat je voor een leuk strijk-orkest bij het NJSO moest zijn. En zo kon het gebeuren dat gisterenavond om 22.15 uur zestien musici van het NJSO onder leiding van Johannes het stuk Orawa van Wojciech Kilar speelden voor een publiek dat totaal niet in de gaten had dat zulke muziek eigenlijk bedoeld is om naar te luisteren. Men keuvelde er lustig op los, staand tussen de vele tafeltjes, met een glas in de ene hand en een sigaret in de andere. Het was dan ook een tamelijk ongewoon publiek. Je zou eerder denken dat je rondliep op de AutoRai.
Het ging dus nog spannend worden. Of toeschouwers die misschien wel voor het eerst in hun leven een klassiek orkest zien optreden, of die moderne dans kunnen waarderen, is maar de vraag. Eerst volgde nog een voorstelling van Legends of the Underground, een videoanimatie over een fantasy world in outer space op snoeiharde housende synthesizerrock, maar met verbazingwekkende driedimensionale effecten dankzij het speciale 3D-brilletje dat iedereen gekregen had. Die effecten maakten |
het echter onmogelijk om het bijbehorende showballet te volgen, dat kennelijk bedoeld was om deze tamelijk zielloze productie op te leuken.
Daarna kwam een optreden van Slagerij Van Kampen, een fantastisch staaltje percussie op vier reusachtige, stalen drumstellen, dat langzaamaan het publiek hypnotiseerde met zijn oerritmes, mede geholpen door de elektronische versterking die voluit open-gedraaid was, zodat je hart vanzelf wel met de bassen gaat meebonken, of je wil of niet.
Deze hypnose kwam goed van pas, want voor het changement was een mooie overgang bedacht naar het moment in El Camino waarop de mannelijke dansers met houten palen op de grond roffelen. Daardoor duurde het even voordat het publiek doorkreeg dat het weer verder kon gaan met praten, drinken en roken. Maar de zinsbegoocheling had toen al lang genoeg geduurd om zich een klein wonder te laten voltrekken. Minstens de helft van het publiek dat toch redelijk murw gebeukt was door alle audiovisuele geweld, bleef aandachtig kijken naar de ingekorte versie van El Camino. Natuurlijk waren er genoeg aan wie al dat gehuppel niet besteed was, of die belangrijker zaken aan hun hoofd hadden dan kunst, maar er bleven er heel veel over die zich wilden laten boeien door het ingetogen, kleurrijke dansspektakel van Feri en Noortje.
Is het dus echt mogelijk om dat wat weerloos is omdat het waarde heeft, mooi is, lieflijk en brutaal, vol hart en passie, overeind te houden in een rokerige poptempel waar juist de oerdriften regeren? Je zou het heel graag willen geloven. Maar laten we eerlijk zijn: amusement en kunst hebben niets gemeen. Kunst moet je raken, in je hart, in je ziel of desnoods voluit als een stomp in je maag. Kunst dóet je wat, maar dat lukt natuurlijk niet als je ondertussen praat, drinkt en rookt, op zoek naar de afleiding van ongeacht welke prikkel dan ook.
Was het dan verkeerd om met El Camino aan dit feestje mee te doen? Nee, natuurlijk niet. Onder het uitverkoren publiek was ongetwijfeld een enkeling die een blijvend mooie herinnering heeft overgehouden aan de voorstelling. De zakelijke en artistieke leiding van de productie zullen een zeer leerzame avond hebben beleefd. Voor de Cubaanse dansers moet deze kennismaking met de showbizz een absolute mind blow zijn die ze hun hele leven zullen heugen én koesteren. En de jonge klassieke musici: die trokken meteen na hun optreden casual uitgaanskleding aan en haastten zich naar de zaal voor het optreden van DJ Tiësto waarmee de avond besloten werd. Na afloop konden de orkestleden zelfs nog een praatje met hem maken en met hem op de foto. En wie wil ontkennen dat dat niet behoorlijk cool is?
Bovenste foto door Karel Zwaneveld. Onderste (van DJ Tiësto) door orkestlid Saskia Otto.
|